Italiaans familiebedrijf als financier

An offer you can’t refuse

De Surinaamse regering heeft zich eind 2020 voorgenomen een lening op te nemen van MAEC 87 SRL, een Italiaans familiebedrijf gevestigd aan de via Risorgimento nr. 32 in Lugo di Romagna. Dit voornemen is vastgelegd in een Memorandum of Understanding van 6 december 2020, dat op 10 januari 2021 is getekend. MAEC 87 (‘Party 1’) is vertegenwoordigd door de heer Angelo Montanari. Bij de ondertekening staat MAEC 48 SRL vermeld als bedrijfsnaam, waarschijnlijk een vergissing. Het stempel bij de handtekening is wel van MAEC 87 SRL. Suriname (‘Party 2’) is vertegenwoordigd door de minister van Financiën en Planning, de heer Armand Achaibersing. Het stuk is mede ondertekend door mevrouw Lucia Carlesi als getuige en de minister van Buitenlandse Zaken, International Business en Internationale Samenwerking, de heer Albert Ramdin.

Welk voornemen hebben de Surinaamse regering en het Italiaanse familiebedrijf hiermee vastgelegd? Suriname leent USD 2 miljard van MAEC 87. De lening is bedoeld voor financiering van de ontwikkeling van Suriname. In het tweede artikel is vastgelegd dat ‘Party 3’ bepaalt voor welke projecten het geld wordt ingezet. ‘Party 3’ is echter niet gedefinieerd in het stuk, dus dat moet een verschrijving zijn. De storting van de hoofdsom vindt niet in één keer plaats maar met maandelijkse deelbetalingen gedurende twee jaar. 

De rente is 0,5% per jaar, maar pas na 5 jaar moet rente en aflossing worden betaald. De looptijd van de lening is 20 jaar en is eventueel te verlengen. Suriname stelt zich garant tot een bedrag van USD 4 miljard. In een latere paragraaf staat dat de aflossing na 5 jaar plaatsvindt in 240 gelijke maandelijkse termijnen, waardoor de totale looptijd 25 jaar is, niet 20. Tussen haakjes is vermeld dat 240 maal USD 10 miljoen dollar zal worden betaald aan aflossing en rente, waardoor de effectieve rente hoger is dan 0,5%. Op de eerste deelbetaling van de lening wordt een ‘management/brokerage fee’ (commissie) van 6%, zijnde USD 120 miljoen, in mindering gebracht. Aan wie deze zal worden betaald is hier niet vermeld. 

Met een bijlage bij het Memorandum of Understanding worden de afspraken belangrijk gewijzigd. Suriname kan verzoeken om de lening te verhogen naar USD 7 miljard, uit te betalen aan een hiertoe opgezet ‘Special Purpose Vehicle’, dat later New Surfin NV blijkt te zijn. De regering heeft er waarschijnlijk een NV tussen geschoven omdat de Staat Suriname als wanbetaler wordt aangemerkt. Dan heeft het verstrekken van een garantie door de Staat overigens weinig nut. De 6% commissie wordt in dit geval in gelijke delen op alle uitbetalingen in mindering gebracht, in plaats van op alleen de eerste, en overgemaakt op een rekening van MAEC. De maximale commissie bedraagt 6% van USD 7 miljard, dus USD 420 miljoen. Over de extra lening hoeft 8 jaar lang geen rente en aflossing te worden betaald. Deze moet daarna in 30 jaar worden afgelost, eventueel te verlengen naar 50 jaar.

Partijen spreken strikte geheimhouding van de afspraken in het Memorandum of Understanding af. Dat is niet gelukt want het vertrouwelijke stuk is, zoals niet ongebruikelijk is in Suriname, zonder enige beperking publiekelijk verspreid en er is veel ophef over ontstaan. Rabin Parmessar van de NDP heeft in De Nationale Assemblée opheldering van de president en onafhankelijk onderzoek gevraagd. Had hij de regering-Bouterse ook maar zo kritisch bevraagd. Dan had Suriname er nu niet zo slecht voorgestaan. Parmessar vraagt zich af of de Raad van Ministers hierover is geïnformeerd en ermee heeft ingestemd. Uit een aparte garantiebrief blijkt dat de lening is bedoeld voor New Surfin NV, dat later teniet is gedaan. Parmessar concludeert wat gekunsteld dat de lening daarom een privé-lening van de minister van Financiën en Planning is. Een terechte vraag is voor welke partij de commissie van maar liefst 6% over de lening bedoeld was.

De commentaren op het stuk zijn niet mals. De NDP vermoedt grote fraude via de private NV New Surfin. Er zijn volgens de NDP allerlei wetten overtreden. Men bekritiseert de regering die beloofde nooit meer te zullen lenen, dat zij dat toch doet. De regering en de VHP-fractie proberen de aantijgingen te ontzenuwen en wijzen erop dat de lening nooit tot stand is gekomen. ‘We zullen niet lenen’, betoogt Sham Binda, maar dat is natuurlijk niet waar. De afspraak met MAEC 87 moest als uitwijk dienen voor het geval het IMF niet zou inkomen. Binda verwijst voor verdere informatie naar de president, die zoals gebruikelijk weer uitleg moet geven. Volgens het Kabinet van de President moest de lening inderdaad via New Surfin worden verstrekt. Er waren nog geen bankrekeningen geopend. 

De critici stellen terecht de vraag of deze afspraak met het Italiaanse familiebedrijf de juiste procedures heeft doorlopen en de instemming heeft gekregen die daartoe benodigd is. Die vragen moet de president nog beantwoorden. Het is niet verstandig dat de regering-Santokhi en de coalitiepartijen soms stellen dat deze regering helemaal niet meer zal lenen. Alle landen lenen, maar meestal niet meer dan verantwoord is. Dat kan goed zijn voor de ontwikkeling van een land. Ook Suriname zal nieuwe leningen blijven afsluiten om oude leningen te vervangen of om een begrotingstekort te dekken. De Surinaamse Staatsschuld moet wel naar redelijke proporties worden teruggebracht. 

De meeste zorgen baart de tegenpartij van deze transactie. MAEC 87 bouwt en ontwikkelt volgens de website onroerend goed. Het is volgens Dun & Bradstreet een kleine onderneming met beperkte omzet. Het bedrijf is niet gevestigd in een glanzende kantoortoren in het financiële hart van Milaan of Rome maar in een achterafstraatje in een kleine provincieplaats. Hoe kan dit familiebedrijf beschikken over de middelen om tot USD 7 miljard te lenen? Waar komen deze fondsen vandaan? Wie is de heer Angelo Montanari? Deze vragen had de regering bij een diepgaand due diligence-onderzoek tevoren moeten beantwoorden. Dan was de afspraak vermoedelijk nooit tot stand gekomen.

De complottheorieën zijn ongelimiteerd. Sommigen vragen zich af wie van de rekeningen van New Surfin zouden hebben mogen trekken. Anderen veronderstellen dat de commissie voor mensen van de oranje partij bedoeld was, omdat andere partijen geen weet hadden van deze ‘dubieuze overeenkomst’. Weer anderen veronderstellen dat alleen family and friends uit de VHP zeggenschap over New Surfin kregen om zichzelf te bevoordelen. Men moet hiermee wel duistere bedoelingen hebben gehad, concludeert men. De regering-Santokhi roept dit wantrouwen en deze beschuldigingen zelf over zich af. Er is kennelijk geen enkele informatie gedeeld over de onderhandelingen binnen de regering en met De Nationale Assemblée. Dan vraag je om zulke uitbranders. 

Er is in werkelijkheid geen aanleiding om op voorhand te veronderstellen dat sprake was van (voorgenomen) fraude of het doel bepaalde personen te bevoordelen. Die suggestie is ronduit ongegrond. Een globale beoordeling van de casus leidt wel tot de conclusie dat ten minste zeer onprofessioneel te werk is gegaan en dat transparantie en communicatie volstrekt onvoldoende waren. Het is de regering zonder meer te verwijten dat bij de eerdere veelvuldige en diepgravende discussies over New Surfin geen woord is gerept over MAEC 87. Daar had de regering op eigen initiatief informatie over moeten verstrekken en niet pas nadat Parmessar het Memorandum of Understanding toonde. Weer moet de president zich verantwoorden voor slecht werk door zijn regering, terwijl nog zo veel vragen over andere incidenten onbeantwoord zijn. 

Het is niet alleen door de overvloedige regenval dat de regering-Santokhi steeds verder wegzakt in het moeras. Ondanks alle fouten die zich opstapelen, presteert deze nog niet zo slecht als die van zijn voorganger, maar men lijkt ernaar te streven zijn wanprestatie te evenaren.

Hans Moison